De Toro krater is mogelijk aan hydrothermale verandering onderhevig geweest, waardoor diverse mineralen zijn ontstaan. De minerale verscheidenheid leidt tot uiteenlopende kleuren in HiRISE, vooral wanneer ingekleurd
zoals in deze subopname.
Over het algemeen wijzen blauw en groen op onveranderde mineralen zoals pyroxeen en olivijn, terwijl de warmere kleuren wijzen op verwering tot klei en andere mineralen. De noord-zuid gerichte lijnen zijn door de wind gevormde duinen die veel jonger zijn dan het onderliggende harde gesteente.
Vertaling: I. van Vessem